ECLI:NL:GHARN:2000:AA5471
Gerechtshof Arnhem
- Voorlopige voorziening
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak van 1 september 1997 tot en met 30 september 1998, met een belastingbedrag van ruim 29 miljoen gulden en een boete van ruim 7 miljoen gulden. De inspecteur heeft het bezwaar afgewezen en de aanslag en boete gehandhaafd. Belanghebbende heeft vervolgens beroep ingesteld en gelijktijdig een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij het Gerechtshof Arnhem.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft belanghebbende haar verzoek gewijzigd en primair gevraagd om een spoedige uitspraak in de hoofdzaak, subsidiair om een voorlopige vermindering van de naheffingsaanslag tot nihil of een aanvaardbaar bedrag totdat in de bodemprocedure is beslist. De inspecteur heeft zich tegen het subsidiaire verzoek verzet.
Het hof heeft het primaire verzoek ingewilligd door de hoofdzaak gelijktijdig te behandelen en schriftelijke uitspraak binnen zes weken toegezegd. Het subsidiaire verzoek om voorlopige vermindering strekte slechts tot schorsing van de invorderbaarheid van de aanslag, maar het hof oordeelde dat hiervoor niet de inspecteur maar de ontvanger bevoegd is. Omdat de ontvanger geen partij is in het geding en het besluit tot onmiddellijke invordering geen voor bezwaar vatbare beschikking is, is het subsidiaire verzoek niet ontvankelijk.
Het hof concludeert dat er geen gronden zijn voor het treffen van een voorlopige voorziening en wijst het verzoek af. Tevens worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt afgewezen.