ECLI:NL:GHARN:2000:AA5808
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- Röben
- De Kroon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid autokosten wegens invaliditeit in inkomstenbelasting 1993
Belanghebbende was voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 95.467,--. Na bezwaar en beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch werd de aanslag gehandhaafd. De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor nadere beoordeling.
De kern van het geschil betrof de aftrekbaarheid van autokosten die belanghebbende vanwege zijn invaliditeit maakte. Vast stond dat hij aangewezen was op vervoer per auto, maar onduidelijk was in hoeverre zijn autokosten de normale autokosten van vergelijkbare niet-invalide belastingplichtigen overtroffen. Belanghebbende stelde dat hij vergeleken moest worden met zijn eigen eerdere situatie waarin hij een auto van de zaak had, en dat zijn extra autokosten daardoor nihil waren.
De Inspecteur stelde dat de vergelijking moest plaatsvinden met een bredere groep van niet-invalide personen met vergelijkbare financiële en maatschappelijke omstandigheden, ongeacht het bezit van een auto van de zaak. Het Hof volgde de Inspecteur en oordeelde dat de totale autokosten van belanghebbende van ƒ 14.161,-- niet hoger waren dan de gemiddelde autokosten van vergelijkbare niet-invalide personen, gesteld op ƒ 15.612,--.
Het Hof concludeerde dat de extra autokosten wegens invaliditeit niet aantoonbaar hoger waren dan normale autokosten en wees het beroep van belanghebbende af. Tevens werden geen proceskosten aan de partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt afgewezen en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.