ECLI:NL:GHARN:2000:AA5897
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vermindert leges voor milieuvergunning na onduidelijke categorie-indeling
Belanghebbende diende een aanvraag in voor een nieuwe milieuvergunning voor haar gehele inrichting, waarvoor het College leges van ƒ 4.803,50 in rekening bracht. Belanghebbende betwistte de hoogte van deze leges en voerde aan dat de verordening geen verbindende kracht heeft en dat haar aanvraag als een veranderingsaanvraag had moeten worden behandeld.
Het hof stelde vast dat de legesverordening onderscheid maakt tussen categorieën van inrichtingen, maar dat de criteria voor indeling, met name voor chemisch afvalontdoeners, onvoldoende duidelijk zijn. Hierdoor is het voor aanvragers onmogelijk vooraf de verschuldigde leges nauwkeurig te bepalen. Het hof oordeelde daarom dat het onderscheid in categorieën 2, 3 en 4 in de verordening onverbindend is.
Wel werd erkend dat belanghebbende als chemisch afvalontdoener ten minste in categorie 2 valt, waardoor zij leges verschuldigd is volgens dat tarief. Het hof bevestigde dat de aanvraag een vergunning betrof als bedoeld in artikel 8.4 Wm en dat het College terecht het hogere tarief toepaste, maar oordeelde dat het lagere tarief passend is vanwege de onduidelijkheid.
Het hof vernietigde de uitspraak van het College, stelde de leges vast op ƒ 1.497,50 inclusief advertentiekosten, en veroordeelde het College in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke regelgeving voor de vaststelling van leges en de toetsbaarheid daarvan.
Uitkomst: Het hof vermindert de leges tot ƒ 1.497,50 en veroordeelt het College in de proceskosten.