ECLI:NL:GHARN:2000:AA6326
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens niet doen juiste aangifte
Belanghebbende heeft in de periode van 26 maart tot en met 14 juli 1995 in firmaverband met zijn zwager een benzinestation gedreven en daarbij een winst van ƒ 34.350,- genoten. Hij verzocht om toepassing van zelfstandigenaftrek en startersaftrek, waarvoor hij moest aantonen dat hij minimaal 1225 uren aan de onderneming had besteed. Het hof achtte dit niet aannemelijk omdat het benzinestation in de 17 weken slechts 1496 uren geopend was en er doorgaans één persoon aanwezig was, zonder bewijs dat belanghebbende aanzienlijk meer uren werkte dan zijn zwager of 300 uren overleg had met de boekhouder.
De Inspecteur stelde dat het bedrag van ƒ 34.350,- normale jaarwinst betrof en dat geen aanwijzingen waren voor een eindafrekening zoals stille reserves. Belanghebbende leverde geen bewijs of jaarrekening die dit tegensprak. Daarom werd de vrijstelling wegens stakingswinst geweigerd. Daarnaast ontving belanghebbende een uitkering van de sociale dienst van ƒ 12.263,- en had hij geen aangifte gedaan van zijn winst uit onderneming. De Inspecteur stelde daarom een navorderingsaanslag vast met een verhoging van 50% na kwijtschelding.
Het hof concludeerde dat gezien het bedrag van het verzwegen inkomen sprake was van opzettelijk niet doen van een juiste aangifte. De Inspecteur handelde niet in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur door de verhoging niet verder kwijt te schelden. Belanghebbende bracht onvoldoende argumenten aan om de verhoging te verlagen. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslag met 50% verhoging wegens opzettelijk niet doen van juiste aangifte.