ECLI:NL:GHARN:2000:AA6440
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Abbink
- Van Ditzhuijzen
- Otte
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens weigering informant te horen in moordzaak
In deze strafzaak ging het om het hoger beroep tegen een vonnis waarin de verdachte was veroordeeld voor moord en poging tot moord. De bewezenverklaring was voornamelijk gebaseerd op de verklaring van het slachtoffer en ondersteunend getuigenbewijs, evenals technisch bewijs van kogels die met hetzelfde vuurwapen waren afgevuurd.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard omdat zij niet in de gelegenheid was gesteld een informant van de Regionale Criminele Inlichtingendienst (RCID) te horen. Deze informant had informatie verstrekt die, indien juist, de bewezenverklaring in de weg zou staan. Ondanks meerdere aanhoudingen van de terechtzittingen slaagde de rechter-commissaris er niet in de informant te horen, omdat de officier van justitie weigerde medewerking te verlenen.
Het hof oordeelde dat deze weigering een ernstige inbreuk op het wettelijke systeem van strafprocesrecht betekende. Het openbaar ministerie had de rechter-commissaris moeten faciliteren bij het horen van de getuige, ook als dit betekende dat de identiteit van de informant beschermd moest worden. Gezien het belang van het wettelijke systeem en het feit dat het beleid van het openbaar ministerie deze weigering ondersteunde, kon het hof niet volstaan met een strafmatiging.
Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding en werd bepaald dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens weigering informant te horen.