ECLI:NL:GHARN:2000:AA6616
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid gemeente Apeldoorn tot heffing forensenbelasting 1997
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de gemeente Apeldoorn bevoegd was om de forensenbelasting voor het jaar 1997 in te stellen en of de bekendmaking van de heffingsverordening aan de wettelijke eisen voldeed.
De ambtenaar van de afdeling Gemeentebelastingen maakte aannemelijk dat de bekendmaking van de heffingsverordening correct was uitgevoerd, ondanks dat de mededeling in de Nieuwe Apeldoornsche Courant niet op het hoofdadres van belanghebbende te Z werd bezorgd. Het hof oordeelde dat dit geen belemmering vormde voor de geldigheid van de bekendmaking.
Daarnaast werd geoordeeld dat het gebruik van de WOZ-waarde als heffingsgrondslag voor de forensenbelasting niet in strijd is met artikel 219, lid 2, van de Gemeentewet, omdat het niet gaat om een vermogensafhankelijke belasting.
De overige argumenten van belanghebbende werden eveneens verworpen. Het hof bevestigde de uitspraak van de ambtenaar en wees een veroordeling in proceskosten af, conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de bevoegdheid van de gemeente Apeldoorn tot het instellen van de forensenbelasting 1997 en verklaart het bezwaar ongegrond.