ECLI:NL:GHARN:2000:AA6616

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
19 april 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
98/02586
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T.J. Matthijssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 219 lid 2 GemeentewetArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bevoegdheid gemeente Apeldoorn tot heffing forensenbelasting 1997

In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de gemeente Apeldoorn bevoegd was om de forensenbelasting voor het jaar 1997 in te stellen en of de bekendmaking van de heffingsverordening aan de wettelijke eisen voldeed.

De ambtenaar van de afdeling Gemeentebelastingen maakte aannemelijk dat de bekendmaking van de heffingsverordening correct was uitgevoerd, ondanks dat de mededeling in de Nieuwe Apeldoornsche Courant niet op het hoofdadres van belanghebbende te Z werd bezorgd. Het hof oordeelde dat dit geen belemmering vormde voor de geldigheid van de bekendmaking.

Daarnaast werd geoordeeld dat het gebruik van de WOZ-waarde als heffingsgrondslag voor de forensenbelasting niet in strijd is met artikel 219, lid 2, van de Gemeentewet, omdat het niet gaat om een vermogensafhankelijke belasting.

De overige argumenten van belanghebbende werden eveneens verworpen. Het hof bevestigde de uitspraak van de ambtenaar en wees een veroordeling in proceskosten af, conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de bevoegdheid van de gemeente Apeldoorn tot het instellen van de forensenbelasting 1997 en verklaart het bezwaar ongegrond.

Uitspraak

IV
Gerechtshof Arnhem
vierde enkelvoudige belastingkamer
nr. 98/02586
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : X
te : Z
ambtenaar : het hoofd van de afdeling Gemeentebelastingen van de gemeente Apeldoorn
aangevallen beslissing : uitspraak d.d. 19 mei 1998 op bezwaar
jaar : 1997
soort belasting : forensenbelasting
mondelinge behandeling : op 5 april 2000 te Arnhem door mr. Matthijssen, raadsheer, in tegenwoordigheid van mevrouw Vermeulen-Post als griffier
waarbij verschenen : belanghebbende, vergezeld door diens gemachtigde, alsmede de Ambtenaar
gronden:
1. De Ambtenaar maakt aannemelijk dat de bekendmaking van de heffingsverordening voldoet aan de wettelijke eisen. Daaraan doet niet af dat de Nieuwe Apeldoornsche Courant, waarin mededeling is gedaan van de vaststelling en de terinzagelegging niet op belanghebbendes hoofdadres te Z wordt bezorgd.
2. Geen rechtsregel verbiedt dat de W.O.Z.- waarde van een onroerende zaak tevens als heffingsgrondslag voor de forensenbelasting wordt gehanteerd. In een dergelijk geval is geen sprake van een vermogensafhankelijke belasting als bedoeld in artikel 219, lid 2, van de Gemeentewet.
3. Ook hetgeen belanghebbende overigens aanvoert kan hem niet baten. De gemeente Apeldoorn was bevoegd de onderhavige forensenbelasting in te stellen.
proceskosten:
Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
beslissing:
Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Ambtenaar.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2000 door mr Matthijssen, raadsheer, lid van de vierde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Vermeulen-Post als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(I.B. Vermeulen-Post) (T.J. Matthijssen)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 20 april 2000
U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht ¦ 150,-.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.