ECLI:NL:GHARN:2000:AA6999

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
31 mei 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
98-00990
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 lid 2 Wet WOZArtikel 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzakenBesluit proceskosten fiscale procedures
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering WOZ-waarde woning wegens constructiefout dak

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de ambtenaar was vastgesteld op ƒ 450.000,- op basis van een taxatierapport zonder rekening te houden met een constructiefout in het dak.

Tijdens de mondelinge behandeling overhandigde belanghebbende een nieuw taxatierapport waaruit bleek dat de constructiefout een waardevermindering van ƒ 35.000,- veroorzaakte. De ambtenaar stelde dat deze constructiefout geen invloed had op de waarde, maar het hof oordeelde anders.

Het hof achtte het aannemelijk dat de constructiefout op de peildatum 1 januari 1994 bestond en de waarde van het pand negatief beïnvloedde. Daarom werd de WOZ-waarde verminderd tot ƒ 415.000,-. Tevens werd de ambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van belanghebbende.

Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot ƒ 415.000,- vanwege een constructiefout in het dak.

Uitspraak

SW
Gerechtshof Arnhem
achtste enkelvoudige belastingkamer
nr. 98/ 00990
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : X
te : Z
ambtenaar : het hoofd van de afdeling Financiële Dienstverlening van de gemeente P (hierna: de Ambtenaar)
aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar van 29 januari 1998
datum WOZ-beschikking : 26 februari 1997
peildatum : 1 januari 1994
mondelinge behandeling : op 18 mei 2000 te Arnhem door mr. J.P.M. Kooijmans, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr. A.W.M. van der Waerden als griffier
waarbij verschenen : belanghebbende, alsmede de Ambtenaar
gronden:
1. Ingevolge artikel 17, lid 2, van de Wet WOZ moet de waarde van de onderhavige tot woning dienende onroerende zaak, gelegen aan de a-straat 1 te Z, worden bepaald op de waarde die aan deze onroerende zaak dient te worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen, en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt onmiddellijk en in volle eigendom in gebruik zou kunnen nemen. Daarbij geldt als waardepeildatum 1 januari 1994.
2. De Ambtenaar heeft zich zowel bij het geven van de onderhavige beschikking als bij de thans bestreden uitspraak op het standpunt gesteld dat de onder 1. bedoelde waarde van belanghebbendes onroerende zaak op de waardepeildatum ¦ 450.000,- bedraagt.
3. De Ambtenaar verdedigt ook in beroep een waarde van belanghebbendes onroerende zaak van ƒ 450.000,-. Ter ondersteuning daarvan heeft hij bij zijn vertoogschrift een taxatierapport overgelegd, opgemaakt op 5 juni 1998 door A, gediplomeerd WOZ-taxateur in dienst van B BV te Q. Ter onderbouwing van het taxatierapport zijn daarin de verkoopopbrengsten van drie vergelijkingsobjecten opgenomen. In het rapport wordt geconcludeerd tot een waarde van de onderhavige onroerende zaak van ƒ 450.000,-.
4. Belanghebbende heeft zonder bezwaar van de Ambtenaar ter zitting een taxatierapport overgelegd van 16 mei 2000 van C, makelaar en taxateur te Z. Uit dit rappport blijkt dat bij belanghebbendes pand sprake is van een constructiefout in het dak, waarvan een waardeverminderende invloed uitgaat van ƒ 35.000,-. Belanghebbende wijzigt zijn aanvankelijke standpunt naar aanleiding van dit rapport nader in dier voege dat hij een waarde verdedigt van ƒ 415.000,-.
5. Bij het geven van de beschikking heeft de Ambtenaar, zonder van de in 4. genoemde constructiefout op de hoogte te zijn, de waarde van belanghebbendes onroerende zaak vastgesteld op ƒ 450.000,-. In de uitspraak op het bezwaarschrift heeft de Ambtenaar zich op het standpunt gesteld dat de constructiefout geen invloed heeft op de waarde in het economische verkeer van het pand.
6. In het door de Ambtenaar overgelegde taxatierapport is geen rekening gehouden met de eventuele fout in de dakconstructie van belanghebbendes woning aangezien de taxateur de constructiefout onvoldoende aantoonbaar vond.
7. Belanghebbende maakt met hetgeen hij aanvoert aannemelijk, dat op de peildatum sprake was van een zodanige fout in de dakconstructie dat daarvan een waardeverminderende invloed uitgaat, en dat die waardevermindering kan worden gesteld op ƒ 35.000,-. Nu niet in geschil is dat de waarde van het pand, zonder rekening te houden met de constructiefout ƒ 450.000,- bedraagt, is het gelijk aan de zijde van belanghebbende en moet de waarde van de onderhavige onroerende zaak per peildatum 1 januari 1994 worden vastgesteld op ƒ 415.000,-.
slotsom:
Het beroep van belanghebbende is gegrond.
proceskosten:
Het Hof berekent belanghebbendes proceskosten in overeenstemming met artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken en het Besluit proceskosten fiscale procedures op ƒ 50,- aan reis- en verblijfkosten, en ƒ 350,- ter zake van het deskundigenrapport, in totaal derhalve ƒ 400,-.
beslissing:
Het Gerechtshof
vernietigt de bestreden uitspraak;
vermindert de vastgestelde waarde tot ƒ 415.000,-;
veroordeelt de ambtenaar voor een bedrag van ƒ 400,- in de proceskosten van belanghebbende, te vergoeden door de gemeente Oldebroek;
gelast de ambtenaar aan belanghebbende het door deze gestorte griffierecht van ƒ 80,- te vergoeden.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2000 door mr. J.P.M. Kooijmans, raadsheer, lid van de achtste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. A.W.M. van der Waerden als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(A.W.M. van der Waerden) (J.P.M. Kooijmans)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 8 juni 2000
U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht ƒ 150,-.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.