ECLI:NL:GHARN:2000:AA7295
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- A.W.M. van der Waerden
- Rechtspraak.nl
Toepassing landbouwvrijstelling op boekwinsten uit grondverkoop door vennootschap
Belanghebbende, een vennootschap die in 1996 twee steenfabrieken exploiteerde, verkocht dat jaar twee percelen grond met aanzienlijke boekwinsten. Zij deed in haar aangifte vennootschapsbelasting 1996 een beroep op de landbouwvrijstelling voor deze boekwinsten. De Inspecteur weigerde de vrijstelling omdat de gronden niet geheel of nagenoeg geheel voor landbouwdoeleinden zouden zijn gebruikt.
Het geschil betrof de vraag of de landbouwvrijstelling van artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing was op de gerealiseerde boekwinsten. Het hof oordeelde dat de vrijstelling niet geldt voor de grond die verpacht was aan een derde, omdat de feitelijke exploitatie niet voor rekening en risico van belanghebbende was. Voor de andere grond die belanghebbende zelf agrarisch gebruikte, werd de vrijstelling wel toegekend.
Het hof verwierp het bezwaar van de Inspecteur dat de agrarische exploitatie niet feitelijk zou zijn geweest, omdat dit niet op concrete feiten was gebaseerd. De aanslag werd verminderd en de Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen de mondelinge uitspraak is geen cassatieberoep mogelijk.
Uitkomst: Het hof vernietigde de weigering van de landbouwvrijstelling voor de agrarisch gebruikte grond en matigde de aanslag vennootschapsbelasting 1996.