ECLI:NL:GHARN:2000:AA7851
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waarde onroerende zaak op industrieterrein volgens WOZ-beschikking
Belanghebbende, eigenaar van een vrijstaand landhuis met dubbele garage op een industrieterrein, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak per 1 januari 1995. De gemeente stelde de waarde bij uitspraak op bezwaar vast op ¦ 321.000,-. Belanghebbende vorderde een lagere waarde van ¦ 245.000,-.
Tijdens de procedure voor het Hof werd onder meer gedebatteerd over de rechtsbescherming in WOZ-procedures, de gehanteerde waarderingsmethode en de onafhankelijkheid van het taxatiebureau. Het Hof oordeelde dat de wettelijke regeling van de fiscale beroepsprocedure voldoet aan de eisen van hoor en wederhoor en onafhankelijke rechtspraak.
De waardering volgens de Wet WOZ dient plaats te vinden op basis van de waarde in het economisch verkeer, waarbij vergelijking met verkoopprijzen van vergelijkbare panden centraal staat. Het Hof achtte de door de gemeente aangevoerde taxaties en vergelijkingsobjecten voldoende onderbouwd en aannemelijk.
De stelling van belanghebbende dat de gemeente onvoldoende inzicht verschaft in vergelijkingspanden en dat het taxatiebureau commercieel beïnvloed zou zijn, werd verworpen. Het Hof concludeerde dat de belangen van belanghebbende voldoende zijn gewaarborgd en bevestigde de bestreden uitspraak.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van ¦ 321.000,- voor de onroerende zaak van belanghebbende.