ECLI:NL:GHARN:2000:AA8003
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Heisterkamp
- Kerssemakers
- Veling
- Wentink
- De Lorijn
- Rechtspraak.nl
Verpachting dijkgronden Amertakkanaal en nakoming toezeggingen door Hoogheemraadschap
In deze civiele procedure staat centraal of het Hoogheemraadschap West-Brabant gehouden is een pachtovereenkomst te sluiten met appellant voor de dijken langs het Amertakkanaal. Appellant stelt dat het Hoogheemraadschap hem onvoorwaardelijk heeft toegezegd deze dijken te verpachten. Het hof oordeelt dat de toezegging weliswaar is gedaan, maar onder de voorwaarde dat het Hoogheemraadschap eerst eigenaar wordt van de dijkgronden.
De correspondentie en getuigenverklaringen tonen aan dat het Hoogheemraadschap in beginsel bereid was tot verpachting, maar dat de omvang van het pachtobject beperkt is tot de westelijke dijk. Ook is niet gebleken dat beweiding met jongvee is toegestaan; alleen schapenbeweiding geldt als regel. Het hof wijst de primaire vordering af omdat de verpachting pas kan plaatsvinden na eigendomsverwerving.
Gezien de onzekerheid over de precieze voorwaarden en de mogelijkheid van gewijzigde inzichten omtrent dijkbeheer, houdt het hof de zaak aan. Partijen krijgen de gelegenheid om te onderhandelen over de pachtovereenkomst en eventuele schadevergoeding. Een comparitie wordt gepland om verdere voortgang te bespreken.
Uitkomst: Het hof wijst de primaire vordering af, erkent een voorwaardelijke toezegging tot verpachting na eigendomsoverdracht en houdt de zaak aan voor nadere onderhandelingen.