ECLI:NL:GHARN:2000:AA8853
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Steeg
- Smeeïng-Van Hees
- Groen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verval conservatoir beslag en schadevergoeding Kadaster
In deze zaak stond centraal of het conservatoir beslag dat appellante op 10 februari 1995 legde op een onroerend goed, van rechtswege was vervallen door het niet tijdig instellen van een eis in de hoofdzaak binnen veertien dagen na beslaglegging. De president van de rechtbank had dit aangenomen, maar het hof oordeelde anders. Het hof stelde vast dat appellante binnen de termijn van veertien dagen een dagvaarding had uitgebracht, hoewel de zaak niet op de geplande datum werd behandeld vanwege een procedurele samenvoeging met andere procedures.
Voorts had de Dienst het kadastraal perceel verkeerd geregistreerd, waardoor het beslag niet in de openbare registers werd vermeld. Dit leidde tot opheffing van het beslag door de rechtbank en aansprakelijkheid van de Dienst jegens appellante voor de daardoor ontstane schade. De Dienst voerde verweren aan over fouten van derden en het ontbreken van schade, maar het hof verwierp deze. Het hof achtte aannemelijk dat appellante schade had geleden door de kosten van het handhaven van het beslag, zoals advocaatkosten.
Het hof veroordeelde de Dienst tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding van f. 21.435,09 met wettelijke rente vanaf 1 september 1999. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat deze daadwerkelijk waren gemaakt. Het vonnis van de president werd vernietigd en het hoger beroep van appellante werd gedeeltelijk toegewezen met veroordeling van de Dienst in proceskosten.
Uitkomst: De Dienst wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot op schadevergoeding wegens onterecht vervallen conservatoir beslag.