ECLI:NL:GHARN:2000:AA9358
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- De Kroon
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging baatbelasting aanslag na onteigening en aanleg voorzieningen industrieterrein
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag baatbelasting van bijna ¤493.134,- opgelegd door de gemeente West Maas en Waal over het jaar 1998. Hij voerde aan dat de belastingverordening onverbindend was omdat de voorzieningen waarop de belasting was gebaseerd niet volledig waren voltooid binnen de wettelijk gestelde termijnen. Daarnaast stelde hij dat zijn terrein niet gebaat was door de voorzieningen en dat het tarief onredelijk was.
Het hof oordeelde dat de interpretatie van belanghebbende van artikel 222 van Pro de Gemeentewet onjuist was en dat de belastingverordening niet onverbindend was. Het hof stelde vast dat het terrein op het relevante tijdstip wel degelijk was gebaat door de voorzieningen, ook al was een deel van het terrein onteigend en moest het bedrijf aanpassingen doen om gebruik te maken van de nieuwe ontsluitingsweg.
Verder werd geoordeeld dat het tarief van ¤24,10 per vierkante meter niet onevenredig was en dat de kostenramingen geloofwaardig en in overeenstemming met de wet waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. De proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag baatbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.