ECLI:NL:GHARN:2000:AA9361
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking oudedagsvrijstelling bij vermogensbelasting 1997
Belanghebbende, geboren in 1949 en gehuwd, was het niet eens met de aanslag vermogensbelasting 1997 die op haar naam was gesteld. Zij had in haar aangifte de gezamenlijke pensioenrechten berekend op ƒ 9.870,- en in haar beroepschrift op ƒ 10.855,-, uitgaande van het opgebouwde pensioen per 1 januari 1997. De Inspecteur berekende echter het ouderdomspensioen van belanghebbende op basis van voortzetting van de dienstbetrekking tot 65 jaar, wat resulteerde in een hogere aanspraak.
Belanghebbende stelde dat haar voornemen om op 55-jarige leeftijd te stoppen met werken in aanmerking moest worden genomen bij de berekening van de oudedagsvrijstelling en dat de regeling discriminerend was in strijd met internationale verdragen zoals het EVRM en IVBPR. Het hof oordeelde dat de wet en de memorie van toelichting duidelijk maken dat de oudedagsvrijstelling gebaseerd is op de veronderstelling dat de dienstbetrekking tot 65 jaar wordt voortgezet.
De berekeningsmethode van de oudedagsvrijstelling is objectief en redelijk en vormt een tegemoetkoming in de belastingvrije som. Het hof verwierp het betoog van belanghebbende over discriminatie en het voornemen eerder te stoppen met werken. Het beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag vermogensbelasting 1997 wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.