ECLI:NL:GHARN:2000:AB0029
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Houtman
- Smeeïng-Van Hees
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toelating leerlinge tot voortgezet onderwijs en vereiste I-test
In deze zaak is in kort geding geoordeeld over de toelating van een leerling tot het eerste leerjaar van voortgezet onderwijs (v.b.o.) bij een openbare scholengemeenschap. Appellanten, waaronder de leerling en haar ouders, vorderden dat zij onvoorwaardelijk zou worden toegelaten zonder af te leggen van een I-test. Het SBOO, als bevoegd gezag, stelde dat het vereiste oordeel van de directeur van de basisschool en het onderwijskundig rapport ontbraken, en dat eerst de I-test moest worden afgenomen.
Het hof stelde vast dat het Inrichtingsbesluit W.V.O. voorschrijft dat toelating afhankelijk is van het oordeel van de directeur van de basisschool dat de grondslag voor voortgezet onderwijs voldoende is gelegd, en dat het bevoegd gezag daarbij het onderwijskundig rapport moet betrekken. De directeur had aangegeven dat een test noodzakelijk was om dit oordeel te kunnen vormen. De ouders hadden hun toestemming voor de I-test onthouden, wat het geschil veroorzaakte.
Het hof oordeelde dat het verlangen van het SBOO om de I-test af te leggen niet strijdig is met het Inrichtingsbesluit W.V.O. en dat het doel van de test is om te bepalen of de leerling substantiële extra zorg nodig heeft in het voortgezet onderwijs. Zonder de testresultaten kan geen verantwoord oordeel worden gegeven over toelating. De grieven van appellanten faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, met veroordeling van appellanten in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de leerling niet onvoorwaardelijk wordt toegelaten zonder afleggen van de I-test.