ECLI:NL:GHARN:2000:AE9753

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
3 april 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
2000/152
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Houtman
  • A. van Wijland - Kalkmaan
  • M. Smeeïng-Van Hees
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw zijn bij ontstaan van schulden

In deze zaak, die voor het Gerechtshof Arnhem diende, hebben appellanten X. en Y. hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank te Arnhem van 13 maart 2000. Dit vonnis wees hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. De appellanten betwistten in hoger beroep het oordeel van de rechtbank dat zij niet te goeder trouw waren ten aanzien van het ontstaan van twee van hun schulden. Zij stelden dat een schuld aan de gemeente P. was ontstaan door een administratieve fout van de overheid, waardoor een huursubsidie niet correct was afgehandeld. Daarnaast voerden zij aan dat een andere schuld, die voortkwam uit een veroordeling wegens fraude, ouder was dan vijf jaar en daarom niet relevant zou moeten zijn voor de beoordeling van hun verzoek.

Tijdens de mondelinge behandeling op 3 april 2000, waarbij X. in persoon aanwezig was en Y. wegens ziekte afwezig was, heeft de advocaat van appellanten, mr. M. Cornelisse, aanvullende stukken en een pleitnota ingediend. Het hof heeft de argumenten van de appellanten overwogen, maar kwam tot de conclusie dat het verzoek om schuldsanering moest worden afgewezen. Het hof oordeelde dat de appellanten de ontvangen huursubsidie voor eigen consumptie hadden aangewend, terwijl zij wisten dat zij niet over de financiële middelen beschikten om hun schulden te voldoen. Dit gedrag werd als niet te goeder trouw beschouwd. Bovendien ontbrak enige onderbouwing van de stelling dat de schuld uit bijstandsfraude aan de gemeente P. ouder was dan vijf jaar. Het hof concludeerde dat de recente huursubsidieschuld de beoordeling van het verzoek tot schuldsanering negatief beïnvloedde.

Uiteindelijk bekrachtigde het hof het vonnis van de rechtbank te Arnhem, waarmee het verzoek van X. en Y. om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling werd afgewezen.

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem
Arrest
in de zaak van:
1. X. . en
2. Y.
beiden wonende te P.,
appellanten,
procureur: mr M. Cornelisse.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 13 maart 2000, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.
2 Het geding in hoger beroep
2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 21 maart 2000, zijn appellanten (hierna te noemen: X. en Y.) in hoger beroep gekomen van voormeld vonnis, waarbij hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.
2.2 Bij voormeld beroepschrift hebben zij het hof verzocht het voormelde vonnis te vernietigen en de schuldsaneringsregeling alsnog op hen van toepassing te verklaren.
2.3 Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken.
2.4 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 april 2000, waarbij X., is verschenen in persoon, bijgestaan door mr M. Cornelisse, advocaat te Wageningen. Mr Cornelisse heeft bericht dat Y. wegens ziekte verhinderd is aanwezig te zijn. Vervolgens heeft mr Cornelisse nog enige stukken en een pleitnota in het geding gebracht.
3 De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1 Het beroep is tijdig ingesteld.
3.2X. en Y. betwisten in hoger beroep het oordeel van de rechtbank dat zij niet te goeder trouw zijn geweest ten aanzien van het ontstaan van twee van hun schulden. Zij voeren daartoe aan dat de schuld aan de gemeente P., ontstaan of ontdekt in 1999, is ontstaan als gevolg van een administratieve fout aan de zijde van de overheid, als gevolg waarvan de huursubsidie van het Ministerie van VROM op hun rekening is gestort en niet - zoals was afgesproken - rechtstreeks aan de gemeente is betaald. Zij waren door hun financiële situatie vervolgens niet in staat om dit bedrag (onmiddellijk) aan de gemeente door te betalen, waarbij er echter van hun kant geen sprake was van fraude of kwade trouw, aldus X. en Y. Met betrekking tot de schuld uit fraude aan de gemeente Renkum stellen zij dat - hoewel zij in 1996 zijn veroordeeld - de schuld dateert uit de periode 1992 tot en met 1995, zodat deze ouder is dan vijf jaar.
3.3 Het hof is van oordeel dat het verzoek van X. en Y. om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling dient te worden afgewezen. Het hof overweegt daartoe het volgende. Uit de stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat het per abuis ontvangen bedrag aan huursubsidie van het Ministerie van VROM van f 4.113,-- (te weten een bedrag van f 2.742,-- en een bedrag van f 1.371,--) voor eigen consumptie is aangewend en dat de schulden aan KPN Telecom en Debitel (in totaal groot f 8.709,44) zijn gemaakt hoewel de financiële middelen ontbraken om die kosten te betalen. Dat maakt dat zij ten aanzien van het ontstaan van deze schuldera niet te goeder trouw zijn geweest. Het hof acht het daarnaast van belang dat enige onderbouwing met stukken van de gestelde datum van ontdekking van de schuld uit bijstandsfraude aan de gemeente P., ontbreekt. Voorzover er al sprake zou zijn van een schuld ouder dan vijf jaar, geeft dit onvoldoende aanleiding om deze bijstandsfraude - gelet op de recent ontstane huursubsidieschuld - bij de beoordeling van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling buiten toepassing te laten. Het vorenstaande leidt ertoe dat het verzoek van X. en Y. om alsnog te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling niet toewijsbaar is. Het hof zal derhalve het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 13 maart 2000 bekrachtigen.
De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 13 maart 2000.
Dit arrest is gewezen door mrs Houtman, Van Wijland - Kalkmaan en Smeeïng-Van Hees en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 april 2000.