ECLI:NL:GHARN:2000:AE9767
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Smeeïng-Van Hees
- Groen
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks onvoldoende boekhouding en niet te goeder trouw handelen
Appellanten Y. en X. kwamen in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem dat hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling had afgewezen wegens onvoldoende boekhouding en het niet te goeder trouw zijn bij het ontstaan van schulden.
Zij stelden dat de administratie was gevoerd in overleg met een professionele boekhouder en dat de onvolledigheid van de kasadministratie het gevolg was van een inbraak. Tevens voerden zij aan dat de Belastingdienst bij de winstberekening bepaalde factoren niet had meegewogen en dat zij veel moeite hadden gedaan om hun schulden af te lossen.
Het hof erkende dat appellanten verwijtbaar hadden gehandeld door zonder voldoende financieel inzicht ondernemingsactiviteiten te ontplooien, waardoor schulden ontstonden. Dit maakte dat zij niet te goeder trouw waren bij het ontstaan van de schulden. Desondanks oordeelde het hof dat appellanten serieus hadden getracht hun schulden af te lossen en meer dan de helft daarvan hadden afgekocht, wat aanleiding gaf om de schuldsaneringsregeling alsnog toe te passen.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en verklaarde de schuldsaneringsregeling van toepassing op appellanten.
Uitkomst: Het hof verklaart de schuldsaneringsregeling van toepassing op appellanten ondanks onvoldoende boekhouding en niet te goeder trouw handelen.