ECLI:NL:GHARN:2000:AE9786

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
26 juni 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
2000/240
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Houtman
  • Smeeïng-Van Hees
  • Hilverda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing definitieve toelating schuldsaneringsregeling wegens niet-deugdelijke boekhouding en grote belastingschuld

X. en Y. zijn in hoger beroep gekomen tegen de vonnissen van de rechtbank Zutphen, waarin hun verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen. Zij waren voorlopig toegelaten tot de regeling, maar de rechtbank oordeelde dat zij niet te goeder trouw waren geweest bij het ontstaan en het onbetaald laten van schulden.

De schulden van X. en Y. bedroegen in totaal Fl 170.312,40, waarvan Fl 152.371,-- aan de belastingdienst. Zij dreven een eenmanszaak en gaven aan weinig boekhoudkundige kennis te bezitten, waardoor zij de administratie aan hun accountant hadden toevertrouwd. Na een rapport van de belastingdienst werden zij geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetes, wat leidde tot financiële problemen.

Het hof oordeelt dat er onvoldoende redenen zijn om aan het rapport van de belastingdienst te twijfelen en wijst het verzoek af om een deskundige te benoemen. De administratie was niet volledig, wat de oorzaak is van de aanslagen. X. en Y. zijn zelf verantwoordelijk voor een goede boekhouding, ook als de accountant tekortkomingen niet heeft gesignaleerd. Gezien de omvang van de belastingschuld en het ontbreken van goede trouw wordt de definitieve toelating tot de schuldsaneringsregeling geweigerd.

Het hof bekrachtigt daarmee de vonnissen van de rechtbank Zutphen van 25 april 2000.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de afwijzing van de definitieve toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende goede trouw en een grote belastingschuld.

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem
eerste civiele kamer
Arrest
in de zaak van:
1. X. en
2. Y.,
beiden wonende te P.,
appellanten,
procureur: mr. J.M. Bosnak.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de vonnissen van de rechtbank te Zutphen van 25 april 2000, die in fotokopie aan dit arrest zijn gehecht.
2 Het geding in hoger beroep
2.1 Bij het ter griffie van het hof op 3 mei 2000 ingekomen beroepschrift, zijn appellanten (hierna te noemen: X. en Y. ) in hoger beroep gekomen van voornoemde vonnissen, waarbij de verzoeken tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling zijn afgewezen.
2.2 Bij voormeld beroepschrift hebben zij het hof verzocht bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, voorzover de wet zulks toelaat, de vonnissen waarvan beroep te vernietigen en opnieuw rechtdoende ten aanzien X. en Y. de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren, met gelijktijdige benoeming van accountantskantoor AACC tot deskundige, teneinde binnen een door het hof te bepalen termijn een onderzoek naar de staat van de boedel in te stellen en daarover een beredeneerd verslag van bevindingen uit te brengen in het bijzonder ten aanzien van de schuldenpositie ten opzichte van de belastingdienst, waarvan de kosten ten laste worden gebracht van de Staat.
2.3 Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder het verslag van de bewindvoerder mr. E.F.E. van Essen, advocaat te Apeldoorn, van 19 juni 2000.
2.4 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 juni 2000, waarbij Y. in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. M. Bakhuis, advocaat te Apeldoorn. Voorts is verschenen mr. Van Essen voornoemd. X. is - hoewel behoorlijk opgeroepen - niet verschenen.
3 De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1 Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
3.2 Op 11 april 2000 zijn X. en Y. voorlopig toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft vervolgens bij de bestreden vonnissen overwogen dat niet gebleken is dat X. en Y. ten aanzien van het laten ontstaan en/of onbetaald laten van schulden te goeder trouw zijn geweest. Daarom is definitieve toelating tot de schuldsaneringsregeling geweigerd.
3.3 Uit het in het geding gebrachte overzicht van schulden blijkt dat X. en Y. schulden hebben tot een bedrag van Fl 170.312,40, waarvan Fl 152.371,-- aan de fiscus.
3.4 X. en Y. dreven tot 10 oktober 1997 een eenmanszaak onder de naam Z. te Q. De jaarrekeningen en aangiften met betrekking tot deze onderneming werden verzorgd door Organisatie- en Adviesbureau Van de Berg te Berkel en Rodenrijs. X. en Y. stellen zelf weinig boekhoudkundige kennis te bezitten en daarom de administratie van de eenmanszaak te hebben gevoerd zoals aangegeven door hun accountant. Zij stellen dat zij daarom onaangenaam verrast waren door het rapport van de belastingdienst te Arnhem van 1 december 1998, naar aanleiding waarvan X. en Y. een navorderingsaanslag Inkomstenbelasting, naheffingsaanslagen Omzetbelasting en Loonbelasting, inclusief boetes werden opgelegd. Hierdoor zijn X. en Y. in financiële problemen geraakt.
3.5 Het hof is van oordeel dat er door X. en Y. onvoldoende argumenten zijn aangevoerd om aan de juistheid van het rapport van de belastingdienst te twijfelen. Daarom is er geen aanleiding om in te gaan op het verzoek van X. en Y. om één of meer deskundigen te benoemen om het rapport van de belastingdienst te toetsen op zijn juistheid. Op grond van dit rapport is gebleken dat de door X. en Y. aan hun accountant ter hand gestelde administratie niet volledig was. Dit is de oorzaak van voormelde aanslagen inclusief boetes. X. en Y. zijn zelf verantwoordelijk voor het voeren van een goede boekhouding. Het feit dat zij hun administratie uit handen hebben gegeven aan een accountant die hen mogelijk niet heeft gewezen op eventuele tekortkomingen, X. en Y. niet van hun eigen verplichtingen en verantwoordelijkheden. Het hof is dan ook van oordeel dat de, aan onvolkomenheden in de administratie te wijten, schulden aan de belastingdienst niet te goeder trouw zijn ontstaan. Gelet op de, in verhouding tot de totale schuld, grote schuld aan de belastingdienst, is het hof van oordeel dat X. en Y. niet tot de schuldsaneringsregeling kunnen worden toegelaten.
De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
Bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank te Zutphen van 25 april 2000.
Dit arrest is gewezen door mrs. Houtman, Smeeïng-Van Hees en Hilverda en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juni 2000.