ECLI:NL:GHARN:2001:AA9521
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ontbreken gemeentelijke kostenvaststelling
Belanghebbende, houdster van een personenauto, kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd wegens onbetaald parkeren op 5 februari 1998 in Zutphen. De aanslag bestond uit ƒ 1,- parkeertarief plus ƒ 65,- kosten. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de kostenpost, stellende dat deze niet in redelijke verhouding stond tot de hoofdsom en niet overeenkomstig het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen was vastgesteld.
De Ambtenaar handhaafde de naheffingsaanslag en stelde dat de kostenraming intern was gemaakt en dat de werkelijke kosten hoger waren dan ƒ 65,-, maar erkende dat de gemeenteraad geen besluit had genomen over het kostenbedrag voor 1998. Het hof oordeelde dat het Besluit vereist dat de gemeenteraad jaarlijks op basis van een raming het bedrag vaststelt dat aan kosten in rekening wordt gebracht.
Aangezien de gemeenteraad voor 1998 geen zodanig besluit had genomen, kon het bedrag van ƒ 65,- niet worden geheven. Het hof vernietigde daarom de bestreden uitspraak, verminderde de naheffingsaanslag tot ƒ 1,- en veroordeelde de Ambtenaar tot vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt verminderd tot het parkeertarief van ƒ 1,- wegens het ontbreken van een gemeentelijke vaststelling van de kosten.