ECLI:NL:GHARN:2001:AA9674
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J.M. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof Arnhem vermindert leges bouwvergunning na bezwaar tegen heffing provinciale leges
Belanghebbende had leges betaald voor de behandeling van een aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning, waarbij het bedrag was vastgesteld op basis van een aannemingssom of een raming van de bouwkosten volgens normblad NEN 2631. In dit geval had belanghebbende de bouw in eigen beheer uitgevoerd, waardoor een aannemingssom ontbrak en de heffingsgrondslag moest worden bepaald aan de hand van een raming volgens NEN 2631.
De ambtenaar had een elementenbegroting overgelegd die een raming van €665.161,48 exclusief omzetbelasting betrof, terwijl belanghebbende een opstelling van de werkelijke bouwkosten van €392.822,- overlegde. Het hof achtte de begroting van de ambtenaar aannemelijk en oordeelde dat het legesbedrag niet te hoog was vastgesteld.
Belanghebbende voerde tevens aan dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat een derde, C, de bouwkosten op een andere wijze had opgegeven. Het hof verwierp dit beroep omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de raming van C onjuist was of dat de ambtenaar hiervan op de hoogte was.
Verder oordeelde het hof dat gedeputeerde staten ten onrechte leges hadden geheven die door de gemeente aan belanghebbende waren doorberekend. Deze doorberekening was niet toegestaan en het legesbedrag moest daarom worden verminderd met €1.080. De overige onderdelen van het legesbedrag bleven in stand.
Het hof vernietigde de uitspraak waarvan beroep, verminderde het legesbedrag tot €9.700,- en veroordeelde de ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende. Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht van €80,- aan hem terugbetaald.
Uitkomst: Het legesbedrag wordt verminderd met €1.080 tot €9.700 en de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.