ECLI:NL:GHARN:2001:AA9787
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting ondanks betwisting inrichting voertuig
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting die was opgelegd omdat het motorrijtuig volgens de Inspecteur als personenauto was ingericht, terwijl belanghebbende stelde dat het voertuig was aangepast tot vrachtauto. Het geschil betrof de juiste tarieftoepassing en de hoogte van de naheffingsaanslag inclusief de verhoging.
Tijdens de procedure stelde belanghebbende dat de aanpassingen aan het voertuig, zoals het blinderen van de zijruiten met zwart plakplastic, voldeden aan de inrichtingseisen voor een vrachtauto. De Inspecteur betwistte dit en verwees naar eerdere uitspraken waarin het voertuig als personenauto was aangemerkt. Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de aanpassingen een duurzaam karakter hadden en dat het voertuig gedurende het tijdvak als personenauto moest worden beschouwd.
Het Hof berekende de verschuldigde belasting opnieuw en stelde het bedrag aan enkelvoudige belasting vast op ƒ 846. Vanwege de lange duur van de procedure werd de verhoging van de naheffingsaanslag volledig kwijtgescholden wegens schending van de redelijke termijn. Het beroep van belanghebbende werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Daarnaast werd belanghebbende in het gelijk gesteld wat betreft de proceskosten, waarbij de Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en een bedrag aan reis- en verblijfkosten. De uitspraak werd openbaar gedaan op 17 januari 2001.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat het motorrijtuig als personenauto moet worden aangemerkt, vermindert de naheffingsaanslag tot ƒ 846 en verleent volledige kwijtschelding van de verhoging wegens termijnoverschrijding.