ECLI:NL:GHARN:2001:AA9935
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardevaststelling onroerende zaak volgens Wet waardering onroerende zaken
Belanghebbende, eigenaar van een agrarisch bedrijf met woonhuis en diverse opstallen, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak vastgesteld op f 728.000, welke na bezwaar werd verlaagd tot f 696.000. Hij voerde aan dat een nabijgelegen vergelijkingspand aanzienlijk lager was gewaardeerd, wat de waarde van zijn eigen pand zou drukken.
Het Hof onderzocht het taxatierapport van de ambtenaar waarin rekening werd gehouden met de verkoopprijs van het vergelijkingspand, gecorrigeerd voor fosfaatrechten en cultuurgrond, wat resulteerde in een marktwaarde van f 1.260.000. De ligging van beide panden werd als vergelijkbaar beoordeeld. Het Hof oordeelde dat de vastgestelde waarde van belanghebbendes onroerende zaak niet te hoog was.
Het Hof stelde echter vast dat de gemeente de waarde van het vergelijkingspand onjuist laag had vastgesteld, waardoor belanghebbende ten onrechte meende dat zijn eigen waardering te hoog was. Daarom veroordeelde het Hof de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Het beroep van belanghebbende werd afgewezen, maar de gemeente werd financieel belast vanwege haar onjuiste waardering die de procedure veroorzaakte.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt afgewezen en de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten en griffierecht.