ECLI:NL:GHARN:2001:AB0562
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Kerssemakers
- Van den Heuvel
- Buruma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens ernstige schending redelijke termijn in milieustrafzaak
De verdachte werd beschuldigd van het niet emissiearm aanwenden van dierlijke meststoffen op 12 februari en 1 maart 1996 te Staphorst. Hij voerde aan dat zijn bedrijfsvoering, gebaseerd op Fysische Ionen Regulatie (FIR), voldeed aan de milieudoelstellingen zonder de wettelijk voorgeschreven emissiearme methode.
In eerste aanleg werd het verweer van de verdachte verworpen en werd hij veroordeeld tot een geldboete. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in, terwijl het openbaar ministerie dit niet deed. Het hof constateerde dat tussen het instellen van het hoger beroep en de behandeling van de zaak bijna drie jaar was verstreken, grotendeels door gebrek aan voortvarendheid bij de afhandeling van het dossier.
Het hof oordeelde dat deze overschrijding een ernstige schending van de redelijke termijn vormde, waardoor het belang van de verdachte bij beëindiging van de strafvervolging moest prevaleren boven het belang van de gemeenschap bij normhandhaving. De langdurige onzekerheid had een diepgaande impact op het beroepsleven van de verdachte. Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens ernstige schending van de redelijke termijn.