ECLI:NL:GHARN:2001:AB0753
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Houten
- Van den Heuvel
- Van Kuijck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking van rechters wegens vermeende partijdigheid
In deze strafzaak heeft de verdediging een verzoek tot wraking ingediend tegen drie leden van het gerechtshof Arnhem, op grond van vermeende partijdigheid en onjuiste behandeling van een verzoek tot inzage van videobanden. Het hof had eerder besloten dat de videobanden niet rechtstreeks aan de verdediging zouden worden verstrekt, maar dat een rechter-commissaris het onderzoek zou uitvoeren.
De verdediging stelde dat de rechter-commissaris en het hof niet onpartijdig zouden zijn, mede vanwege de wijze waarop het onderzoek werd voortgezet en de toepassing van het noodzakelijkheidscriterium bij het horen van getuigen. Het hof onderzocht deze bezwaren uitgebreid en concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor vooringenomenheid of partijdigheid.
Het hof benadrukte dat de verdediging feitelijk had ingestemd met de voortgang van de procedure en dat de gehanteerde criteria voor het horen van getuigen juist waren toegepast. Ook de vermeende schending van het recht op inzage in de videobanden werd niet als reden voor wraking geaccepteerd.
Daarmee werd het verzoek tot wraking van de drie raadsheren afgewezen, waarmee het hof zijn onpartijdigheid bevestigde en de voortzetting van de procedure mogelijk maakte.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het verzoek tot wraking van de drie raadsheren af wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.