ECLI:NL:GHARN:2001:AB1626
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling Nedeco-regeling bij kostenvergoeding uitzending buitenland
Belanghebbende, werkzaam bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, ontving in 1996 een kostenvergoeding (Daily Subsistence Allowance, DSA) van ƒ 7.630 voor zijn uitzending naar Egypte. Deze vergoeding was vrij besteedbaar en bestond uit een voedings- en huisvestingscomponent, waarbij partijen aannamen dat ƒ 1.500 betrekking had op voeding.
Bij de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1996 deed belanghebbende een beroep op de Nedeco-regeling, die onder voorwaarden aftrek van kosten op 35% van de inkomsten stelt. Een voorwaarde is dat alle vergoedingen voor uitgaven die samenhangen met het persoonlijk leven volledig worden meegenomen bij de loonberekening.
Het geschil betrof de vraag of het bedrag van ƒ 1.500 als vergoeding voor voeding moest worden meegenomen in de Nedeco-aftrek. Het hof oordeelde bevestigend, verwijzend naar jurisprudentie dat kosten van voeding een besparingselement bevatten en niet als uitsluitend zakelijke kosten kunnen worden beschouwd.
De conclusie was dat de vergoeding voor voeding bij de Nedeco-regeling in aanmerking moet worden genomen, waardoor het beroep van belanghebbende ongegrond is. Het hof wees ook het verzoek tot vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.