ECLI:NL:GHARN:2001:AB2269
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vermindert leges bouwvergunning na bezwaar tegen aanslag
Belanghebbende diende in 1991 een aanvraag in voor een bouwvergunning voor een woning met schuur, waarvoor leges van ƒ 2.025 werden betaald. Door vertraging en wijziging van het bouwplan in 1997, waarbij een erker werd aangepast, diende belanghebbende een tweede aanvraag in. De gemeente legde opnieuw leges op van ƒ 2.204, gebaseerd op bouwkosten van ƒ 120.000, later verminderd naar ƒ 1.137,20.
Belanghebbende betwistte de berekening en stelde dat de leges slechts het minimum van ƒ 198 moesten bedragen, omdat het een wijziging betrof van een reeds vergunde bouw. De gemeente stelde dat het ging om een nieuw bouwplan, waardoor hogere leges verschuldigd waren. Het hof oordeelde dat de wijzigingen niet substantieel waren en dat de eerste volzin van de tarieventabel onderdeel 5.2 van toepassing was, waardoor verrekening van de leges moest plaatsvinden.
Het hof stelde de bouwkosten in redelijkheid vast op ƒ 330.000 en berekende het legesbedrag opnieuw, wat resulteerde in een verschuldigd bedrag van ƒ 1.040. De gemeente had echter een beleidsregel toegepast die leidde tot een vermindering tot ƒ 379, welke het hof volgde. Het beroep van belanghebbende werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Daarnaast werden proceskosten toegekend aan belanghebbende ter hoogte van ƒ 105 en ƒ 80 voor griffierecht en reis- en verblijfkosten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door rechter Kooijmans van de enkelvoudige belastingkamer van het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het Gerechtshof vermindert de leges aanslag tot ƒ 379 en verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond.