ECLI:NL:GHARN:2001:AB2330
Gerechtshof Arnhem
- Cassatie
- P.M. van Schie
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting na toetsing leerstuk wetsontduiking
Belanghebbendes echtgenoot was tot 4 april 1996 enig aandeelhouder van een besloten vennootschap. Op die datum werden nieuwe aandelen uitgegeven aan een dochtervennootschap van een ander bedrijf, waarbij een aanzienlijk agio werd gestort. In september 1996 verkocht belanghebbendes echtgenoot zijn resterende aandelen aan die dochtervennootschap.
De Inspecteur stelde dat de echtgenoot reeds op 4 april 1996 het voornemen had om zijn volledige belang binnen dat jaar te vervreemden, maar kon dit niet aannemelijk maken. Ook kon niet worden bewezen dat de echtgenoot het voornemen had om zijn aandelen niet ten minste vijf jaar vast te houden, zoals hij zelf stelde, en dat hij dit voornemen pas in juni 1996 wijzigde door gewijzigde omstandigheden.
Deze vaststellingen stonden toepassing van het leerstuk van wetsontduiking in de weg. Het maakte daarbij niet uit of de wijziging van het voornemen voortkwam uit onenigheid met het bedrijf of uit een wetsvoorstel van de staatssecretaris.
Het Gerechtshof vernietigde de uitspraak waarvan beroep en bepaalde dat de aanslag moest worden verminderd overeenkomstig het beroepschrift. Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en het griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: Het Gerechtshof vermindert de aanslag inkomstenbelasting 1996 en veroordeelt de Inspecteur in proceskosten en griffierecht.