ECLI:NL:GHARN:2001:AB2591
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Verheugt
- Abbink
- Van Kuijck
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof verklaart dagvaarding tegen besloten vennootschap geldig ondanks bezwaren over uitreiking
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de economische politierechter te Arnhem van 17 augustus 2000. De kern van het geschil betrof de geldigheid van de inleidende dagvaarding aan een besloten vennootschap. De dagvaarding was niet uitgereikt aan het kantooradres omdat daar niemand werd aangetroffen die bevoegd was deze in ontvangst te nemen. De dagvaarding werd daarop teruggezonden en vervolgens aan de griffier van de rechtbank uitgereikt, die deze als gewone brief aan het adres van de vennootschap verzond.
De economische politierechter had de dagvaarding nietig verklaard omdat niet was vastgesteld waarom niemand bevoegd was de dagvaarding te ontvangen en omdat niet was geverifieerd of de woonplaats van de bestuurders juist was volgens de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Het hof oordeelt echter dat de officier van justitie niet verplicht is de juistheid van de inschrijving van de woonplaats van bestuurders in het handelsregister te controleren, aangezien de wet een aparte regeling kent voor gerechtelijke mededelingen aan rechtspersonen.
Het hof benadrukt dat rechtspersonen zelf verantwoordelijk zijn voor een juiste inschrijving in het handelsregister, mede vanwege het belang voor het economisch verkeer. Gezien deze overwegingen verklaart het hof de dagvaarding geldig en vernietigt het het vonnis van de politierechter. De zaak wordt terugverwezen naar de griffier van de arrondissementsrechtbank te Arnhem voor verdere afhandeling.
Uitkomst: Het hof verklaart de dagvaarding geldig en vernietigt het vonnis van de politierechter.