ECLI:NL:GHARN:2001:AB2607
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Makkink
- Abbink
- Rijken
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige rapportage en aansprakelijkheid in verband met aandeeluitgifte en witwasveronderstelling
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van appellant centraal vanwege het opnemen van een casus (geval 25) in een rapportage aan de Parlementaire Enquêtecommissie (PEC) waarin geïntimeerde werd geassocieerd met verwijtbare betrokkenheid bij onrechtmatige aandeeluitgifte en mogelijke witwaspraktijken.
De rechtbank oordeelde dat appellant onzorgvuldig en onrechtmatig had gehandeld jegens geïntimeerde, die hierdoor aanzienlijke reputatieschade leed. Appellant voerde onder meer aan dat hij immuniteit genoot op grond van artikel 71 van Pro de Grondwet, wat het hof verwierp omdat appellant niet tot de kring van beschermde personen behoort.
Het hof overwoog dat de veronderstelling van witwassen in de rapportage speculatief was en dat appellant onvoldoende maatregelen had getroffen om herkenbaarheid te voorkomen. Hoewel geïntimeerde reeds negatieve publiciteit had door eerdere uitspraken, leidde de rapportage tot verdere schade. Het hof matigde de immateriële schadevergoeding van ƒ150.000 naar ƒ75.000 en bekrachtigde het vonnis, waarbij de kosten deels werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant onrechtmatig heeft gehandeld en stelt de immateriële schadevergoeding bij naar ƒ75.000,-.