ECLI:NL:GHARN:2001:AB2926
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aftrek buitengewone lasten voor levensonderhoud ouders in Suriname
Belanghebbende, van Surinaamse afkomst en werkzaam in Nederland, vorderde aftrek van buitengewone lasten voor de kosten van levensonderhoud van haar ouders in Suriname. Zij gaf aan ƒ 5.700 af te trekken wegens betalingen aan haar ouders, onder meer voor medische kosten van haar vader.
De Inspecteur weigerde deze aftrekpost omdat belanghebbende geen schriftelijke betalingsbewijzen kon overleggen en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar ouders in behoeftige omstandigheden verkeerden. Belanghebbende stelde dat betalingen contant en via familieleden werden gedaan en dat bancaire overmakingen moeizaam waren.
Het Hof oordeelde dat de wet vereist dat betalingen met schriftelijke bescheiden worden aangetoond, tenzij bijzondere omstandigheden aannemelijk zijn gemaakt. Het Hof vond de stellingen over bijzondere omstandigheden onvoldoende onderbouwd en concludeerde dat belanghebbende niet voldeed aan de bewijsvereisten. Ook was niet aannemelijk dat de ouders niet in staat waren zelf in hun levensonderhoud te voorzien.
Daarom bevestigde het Hof de weigering van de aftrek en wees het bezwaarschrift af. Tevens werden geen proceskosten toegekend aan belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de weigering van de aftrek van buitengewone lasten wegens onvoldoende bewijs en afwezigheid van behoeftigheid.