ECLI:NL:GHARN:2001:AD3448
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- T.J. Matthijssen
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Vermogensbelasting en ondernemingsvrijstelling bij houdstermaatschappijen met passieve beleggingen
Belanghebbende betwistte de aanslag vermogensbelasting 1998 en claimde de ondernemingsvrijstelling voor aandelen in houdstermaatschappijen [B-2] BV en [C] BV. Deze vennootschappen hielden zich voornamelijk bezig met passief vermogensbeheer en hadden dochtermaatschappijen die grotendeels inactief waren of alleen effecten en onroerend goed beheerden.
Het Hof stelde vast dat de werkzaamheden van de vennootschappen niet verder gingen dan normaal vermogensbeheer. Er was geen actieve interventie of bemoeienis met de dochterondernemingen, en belanghebbende had geen gebruikelijk loon bedongen, wat duidde op het ontbreken van werkzaamheden die het normale vermogensbeheer te boven gingen.
Verder werd een correctie van ƒ 340.000,- op de aanslag in verband met een vordering van [B-1] BV op belanghebbende aanvaard, maar het Hof volgde belanghebbende in zijn standpunt dat rekening moest worden gehouden met een Vpb-claim, waardoor de correctie werd teruggebracht tot ƒ 221.000,-.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak, verminderde de aanslag tot een belastbaar vermogen van ƒ 7.537.000,-, en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van de proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de Vpb-claim betrof.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de bestreden uitspraak en vermindert de aanslag tot een belastbaar vermogen van ƒ 7.537.000,- met inachtneming van een Vpb-claim.