ECLI:NL:GHARN:2001:AD3669
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- M.C.M. de Kroon
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring legesverordening Gelderland wegens willekeurige en onredelijke heffing
Belanghebbende, een bedrijf actief in afvalopslag en -verwerking, kreeg een legesnota van ƒ 37.419,01 voor de behandeling van een revisievergunningaanvraag. De legesverordening Gelderland 1994, met bijbehorende tarieventabel, vormde de grondslag voor deze heffing. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de hoogte van de leges, stellende dat de systematiek leidde tot een onredelijke en willekeurige heffing.
De Inspecteur handhaafde de legesnota, verwijzend naar de Ambtsinstructie die de toepassing van de hardheidsclausule regelt. Het Hof stelde vast dat de legesverordening en tarieventabel, met hun technische bedrijfskenmerken als grondslag, kunnen leiden tot willekeurige en onredelijke heffingen, omdat ze onvoldoende verfijnd zijn en geen redelijke verhouding waarborgen tussen leges en geleverde diensten.
Het Hof oordeelde dat de Ambtsinstructie onvoldoende soelaas biedt en dat de legesverordening op dit punt onverbindend is. Daarom werd de legesnota verminderd tot ƒ 2.000. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak bevestigt het belang van een redelijke en niet-willekeurige belastingheffing in overeenstemming met het legaliteitsbeginsel.
Uitkomst: De legesverordening Gelderland is onverbindend verklaard voor het onderdeel milieuvergunningen en de legesnota is verminderd tot ƒ 2.000.