ECLI:NL:GHARN:2001:AD4761
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens onjuist tijdvak
Belanghebbende was sinds 27 februari 1998 als houder van een personenauto ingeschreven in het kentekenregister. Op 19 januari 1999 werd vastgesteld dat het voertuig werd gebruikt tijdens een geldende schorsing van de motorrijtuigenbelasting. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op over de periode van 9 september 1998 tot en met 27 februari 1999.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur het naheffingstijdvak onjuist had vastgesteld; de naheffing had moeten plaatsvinden over vier aaneengesloten kwartalen tot en met 26 februari 1999, met aftrek van reeds betaalde belasting. Door het onjuiste tijdvak was de naheffingsaanslag niet rechtsgeldig en kon deze niet in stand blijven.
Daarom vernietigde het Hof de naheffingsaanslag en de boetebeschikking. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van belanghebbende. De Inspecteur kan een nieuwe naheffingsaanslag opleggen binnen de wettelijke grenzen.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 2 oktober 2001 en schriftelijke vervanging is mogelijk binnen vier weken. Tegen deze uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boetebeschikking worden vernietigd wegens onjuist vastgesteld tijdvak.