ECLI:NL:GHARN:2001:AD4763
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid proceskosten navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1993
Belanghebbende voerde aan dat proceskosten die hij in 1993 in mindering bracht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, en die verband hielden met procedures tegen zijn schoonzuster en een arts, als zakelijke kosten aftrekbaar moesten zijn. Hij stelde dat deze kosten, aangezien ze niet als aftrekbare kosten werden erkend, als een nagekomen ondernemingsverlies moesten worden beschouwd.
De Inspecteur betwistte dit standpunt en stelde dat de kosten vooral verband hielden met privéomstandigheden, namelijk een verstoorde relatie met zijn dochter en kleinkinderen. Tijdens de mondelinge behandeling werd een compromis voorgesteld waarbij 19% van de geclaimde proceskosten over 1993-1995 aftrekbaar zou zijn, maar belanghebbende accepteerde dit niet.
Het hof oordeelde dat de kosten zozeer verweven waren met privéomstandigheden dat zij niet als zakelijke kosten konden worden aangemerkt. Daarbij maakte het hof duidelijk dat het mogelijke fiscale gevolg van een gunstige rechterlijke uitspraak hier niet tot een ander oordeel leidt.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. Er werd geen kostenveroordeling opgelegd omdat de voorwaarden daarvoor niet aanwezig waren.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de proceskosten niet aftrekbaar zijn omdat ze verband houden met privéomstandigheden.