ECLI:NL:GHARN:2001:AD5517
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- T.J. Matthijssen
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag successierecht wegens toepassing echtscheidingsregeling
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag successierecht van ƒ 63.531 die was opgelegd naar aanleiding van een verkrijging van ƒ 138.171. De Inspecteur handhaafde de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof Arnhem. De kern van het geschil betrof de vraag of de verkrijging onder de vrijstelling viel zoals bedoeld in de Resolutie van de Staatssecretaris van Financiën, die successierecht kan kwijtschelden indien de verkrijging verband houdt met afspraken gemaakt in het kader van een echtscheidingsregeling.
Het hof stelde vast dat belanghebbende en zijn ex-echtgenote ruim 27 jaar gehuwd waren geweest en na hun echtscheiding afspraken hadden gemaakt in convenanten waarin verwezen werd naar de Resolutie. De ex-echtgenote had belanghebbende tot enig erfgenaam benoemd kort na het aanvullende convenant. Het hof oordeelde dat deze erfrechtelijke verkrijging verband hield met de echtscheidingsafspraken en dat het beleid van de Resolutie daarop van toepassing is.
Daarnaast oordeelde het hof dat het beroepschrift abusievelijk eerst bij het verkeerde hof was ingediend, maar dat dit niet tot niet-ontvankelijkheid mocht leiden omdat het verkeerde hof naliet het tijdig door te zenden. De aanslag werd daarom vernietigd en de proceskosten werden aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De aanslag successierecht wordt vernietigd omdat de verkrijging verband houdt met afspraken in het kader van een echtscheidingsregeling.