ECLI:NL:GHARN:2001:AD5757
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Kuijck
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot behandeling verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand na niet vervolging dood door schuld
In deze zaak heeft de officier van justitie besloten tot niet (verdere) vervolging van verzoeker wegens dood door schuld gepleegd op 15 januari 1997 in Nijmegen. Een derde belanghebbende heeft bij het hof beklag gedaan tegen deze beslissing, maar dit leidt niet tot voortzetting van de vervolging tenzij het hof een bevel tot vervolging geeft.
Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend bij het Gerechtshof Arnhem tot toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand. Het hof heeft in openbare raadkamer de advocaat-generaal en de raadsman van verzoeker gehoord en de processtukken bestudeerd.
Het hof concludeert dat op grond van artikel 591a vierde lid juncto artikel 591 tweede Pro lid Sv de vaststelling van de vergoeding geschiedt bij het gerecht in feitelijke aanleg waar de zaak werd of laatst werd vervolgd. Nu de vervolging is beëindigd en verzoeker zich tot het hof heeft gewend dat niet bevoegd is, verklaart het hof zich onbevoegd en verwijst de stukken naar de arrondissementsrechtbank Arnhem, de bevoegde instantie.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd en verwijst het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand naar de arrondissementsrechtbank Arnhem.