5. Het geschil en de standpunten van partijen
5.1. Partijen houdt verdeeld, of
5.1.1. de Verordening verbindend is en, zo ja,
5.1.2. terecht omzetbelasting in de heffingsmaatstaf is begrepen.
5.2. Belanghebbende beantwoordt beide vragen ontkennend, de ambtenaar bevestigend. Zij voeren daartoe aan wat is vermeld in de van haar afkomstige stukken.
5.3. Daaraan is mondeling, behalve de inhoud van de voormelde pleitnotities, toegevoegd - zakelijk weergegeven - op 15 oktober 1999
5.3.1. namens belanghebbende:
5.3.1.1. De van haar gevorderde leges zijn exorbitant hoog. Zij draagt 11,7% bij in de geraamde opbrengst.
5.3.1.2. Zij trekt haar stellingname dat onderdeel 13.2.2 van de bij de Verordening behorende tarieventabel onverbindend is, in.
5.3.1.3. Jaar in, jaar uit overschrijden de legesopbrengsten de ramingen.
5.3.1.4. Zij heeft de eerste contacten met de gemeente gelegd zowat anderhalf jaar voordat de bouwvergunning werd verleend.
5.3.2. en namens de ambtenaar:
5.3.2.1. Op grond van ervaringsgegevens kan hij zeggen dat bouwprojecten soms worden gestopt.
5.3.2.2. Op de omvang van incidentele posten kan een raming niet vooruitlo-pen. De raming van lasten en opbrengsten moet worden bezien over de gehele legesverordening.
5.3.2.3. De opbrengstraming is in 1997 opgemaakt voor het jaar 1998 en is een redelijke. De begroting is goedgekeurd. Het onderhavige geval is niet te vergelijken met dat waarover het arrest inzake het rioolrecht Tilburg gaat.
5.3.2.4. De Verordening heeft langer dan de ene aangekondigde maand ter inzage gelegen.
5.3.2.5. Hij zal nader de ramingen over de jaren 1996 tot en met 1999 en de rekeningen over de jaren 1996 tot en met 1998 overleggen.
5.4. en op 19 april 2001
5.4.1. namens belanghebbende:
5.4.1.1. De nieuwe belasting- en legestarieven zijn eerst eind november 1997 door de gemeenteraad vastgesteld.
5.4.1.2. Uit bladzijde 3 van de pleitnotities van haar gemachtigde vervalt de derde alinea met het daarin vervatte verzoek tot tardiefverklaring van de brief van de ambtenaar van 24 maart 2000.
5.4.1.3. Zij kan niet zeggen in welk jaar over de onderhavige vergunning, die in februari 1998 is aangevraagd, vooroverleg is gevoerd.
5.4.2. en namens de ambtenaar:
5.4.2.1. De vraag naar bouwvergunningen is onderdeel van een proces dat de gemeente noch kan voorzien noch kan sturen.
5.4.2.2. De gemeente streeft jaarlijks naar een opbrengst die de kosten dekt. Zouden deze te laag worden geraamd, dan is het geld ook weg.
5.4.2.3. De legesverordening heeft het gehele jaar ter inzage gelegen. Hij verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2001 over een baatbelasting van Alkmaar.
5.4.2.4. De begroting wordt in mei opgesteld en in oktober, voor de laatste maal geactualiseerd, aan de raad ter vaststelling voorgelegd.
5.4.2.5. De onverwacht hoge opbrengst aan bouwleges over 1998 is hoofdzakelijk toe te schrijven aan het verrassend hoge tempo waarin het in 1993 geprojecteerde bedrijventerrein is volgebouwd.
5.4.2.6. In verband met de noodzakelijke riolering van dat terrein en met het oog op de verkaveling gaat aan aanvragen om bouwvergunningen voor een nieuw bedrijventerrein veelal overleg vooraf. Dat leidt echter lang niet altijd tot daadwerkelijke vergunningaanvragen.