ECLI:NL:GHARN:2001:AD7312
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over bouwleges en bouwkostenraming gemeente Enschede
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om de heffing van bouwleges door de gemeente Enschede over het jaar 1999. Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde bouwkosten die als heffingsmaatstaf werden gebruikt. Volgens de tarieventabel bij de Legesverordening 1998 worden bouwkosten gedefinieerd als de aan een derde te betalen aanneemsom of, bij ontbreken daarvan, een raming volgens het normblad NEN 2631.
De ambtenaar stelde dat in deze zaak geen aanneemsom aanwezig was omdat de oorspronkelijke aannemer failliet was verklaard en belanghebbende het werk zelf had uitgevoerd. Daarom was een raming van de bouwkosten van ƒ 422.372,- toegepast, hoger dan het aanvankelijk gebruikte bedrag. Belanghebbende voerde aan dat deze raming onjuist was, met name over de waardering van inpandige zolders en bergingen, maar dit werd door het hof verworpen.
Daarnaast werd belanghebbende terecht een bedrag van ƒ 220,- in rekening gebracht voor de behandeling van een aanvraag tot vrijstelling, ondanks dat deze aanvraag later werd ingetrokken. Het hof vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak waarvan beroep. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en tegen deze mondelinge uitspraak is geen cassatie mogelijk.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de bouwleges is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.