ECLI:NL:GHARN:2001:AD8352

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
11 december 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00-00334
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.B.H. Röben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging aanslag afvalstoffenheffing 1998 ondanks geschil over woningstatus

Belanghebbende bouwde vanaf circa 1990 een experimentele casco-woning en maakte deze in 2000 gereed. Gedurende de jaren 1996-1999 was de woning nog niet volledig afgebouwd, maar er waren wel voorzieningen zoals water, elektriciteit en een provisorische verwarming. Belanghebbende was ingeschreven op het adres en verbleef regelmatig in de woning, waarbij huishoudelijk afval werd geproduceerd.

De aanslag afvalstoffenheffing 1998 werd opgelegd door de Ambtenaar van de gemeente Arnhem. Belanghebbende stelde dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend, maar de Ambtenaar betwistte dit en stelde dat het pas in maart 1999 was ontvangen. Het Hof vond onvoldoende grond om aan de stelling van belanghebbende te twijfelen en oordeelde dat het bezwaar tijdig was ingediend.

Het Hof stelde vast dat onder de gegeven omstandigheden sprake was van een perceel waar huishoudelijke afvalstoffen konden ontstaan, zodat de aanslag terecht was opgelegd. Het geschil over de gereedmelding van de woning in 2000 was irrelevant voor de heffing over 1998.

Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen. De mondelinge uitspraak werd op 11 december 2001 gedaan door het Gerechtshof Arnhem.

Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aanslag afvalstoffenheffing 1998 en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
vijfde enkelvoudige belastingkamer
nummer 00/00334
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
Belanghebbende : [X]
Te : [Z]
Verweerder : de ambtenaar van de gemeente Arnhem, belast met de heffing van de gemeentelijke belastingen (hierna: de Ambtenaar)
aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar
Betreft : afvalstoffenheffing 1998
Nummer : […]
mondelinge behandeling : op 27 november 2001 te Arnhem
waarbij verschenen : belanghebbende, alsmede [de Ambtenaar]
gronden:
1. De aanslag is gedagtekend 30 november 1998. Bij de stukken bevindt zich een bezwaarschrift gedagtekend 27 november 1998. Volgens de Ambtenaar is dit bezwaarschrift eerst op 29 maart 1999 bij de gemeente binnengekomen. Belanghebbende betoogt dat hij het bezwaarschrift tijdig heeft ingediend.
2. Nu de Ambtenaar niet beschikt over enig bewijs omtrent de datum van ontvangst van het bezwaarschrift - het bezwaarschrift is niet afgestempeld bij binnenkomst en de enveloppe waarmee het is verzonden is niet ter beschikking - en het Hof geen aanleiding vindt om aan het door belanghebbende gestelde omtrent de indiening te twijfelen bestaat onvoldoende grond voor de conclusie dat belanghebbende te laat bezwaar heeft ingesteld.
3. Belanghebbende heeft in het kader van een prijsvraag een experimentele woning gebouwd. De werkzaamheden zijn door hemzelf verricht. De bouw is aangevangen rond 1990. In de periode 1996 tot en met 1999 was sprake van een casco-woning. Binnenmuren ontbraken nog. Er was aansluiting op water en elektriciteit Er was een provisorische voorziening voor verwarming, verwarmd water en een toilet. Een keuken, een bad of douche ontbraken. Belanghebbende heeft de woning in het jaar 2000 afgebouwd en gereed gemeld bij de gemeente.
4. Belanghebbende was vanaf 1990 op het adres van de woning, [a-weg 1 te Z], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie. Naar zijn zeggen heeft hij de eerste jaren naast de woning gewoond in een caravan en daarna op verschillende adressen. Hij verbleef regelmatig voor langere tijd in de woning om werkzaamheden te verrichten, daarbij heeft belanghebbende, naar hij ter zitting heeft verklaard, ook huishoudelijk afval geproduceerd.
5. Onder voormelde omstandigheden is sprake van een perceel waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. De aanslag afvalstoffenheffing is derhalve terecht aan belanghebbende opgelegd. De omstandigheid dat belanghebbende in het jaar 2000 nog met de afdeling Bouw- en woningtoezicht van de gemeente van mening verschilde over de vraag of er sprake was van het gereed zijn van de woning mist betekenis voor de vraag of de onderhavige heffing terecht is opgelegd.
slotsom:
Het beroep is niet gegrond.
proceskosten:
Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
beslissing:
Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Ambtenaar.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2001 door mr J.B.H. Röben, lid van de vijfde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr M.M. Nuboer als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(M.M. Nuboer) (J.B.H. Röben)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 27 december 2001
Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het Gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.