ECLI:NL:GHARN:2001:AE0864
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Smeeïng-Van Hees
- Groen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling griffierecht bij hoger beroep in schuldsaneringsregeling
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem op 1 november 2001 uitspraak gedaan over de verschuldigdheid van griffierecht bij hoger beroep in een procedure omtrent de wettelijke schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen.
De opposante, hierna X., was in eerste aanleg vrijgesteld van griffierecht bij haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Na beëindiging van deze regeling en bekrachtiging daarvan door het hof, werd aan haar procureur in hoger beroep griffierecht in rekening gebracht. X. kwam hiertegen tijdig in verzet en verzocht het hof haar te ontheffen van het griffierecht of dit op nihil te stellen.
Het hof overwoog dat volgens artikel 15 lid 1 van Pro de Wet Tarieven Burgelijk Recht (WTBZ) geen griffierecht wordt geheven bij het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in eerste aanleg, mede om financiële drempels te voorkomen. Echter, in hoger beroep geldt de hoofdregel dat griffierecht verschuldigd is, omdat het verzoekschrift door een procureur moet worden ingediend en er geen specifieke vrijstelling geldt.
Daarom verklaarde het hof het verzet ongegrond en bevestigde dat griffierecht bij hoger beroep in deze context verschuldigd is. De beschikking werd gegeven door mrs. Houtman, Smeeïng-Van Hees en Groen, zonder mondelinge behandeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de heffing van griffierecht bij hoger beroep in de schuldsaneringsprocedure wordt ongegrond verklaard.