ECLI:NL:GHARN:2001:AF0062
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Steeg
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling na faillissement echtgenoot
X en haar echtgenoot Y waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en vielen onder de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank te Assen had de schuldsaneringsregeling ten aanzien van beiden beëindigd, waarna een faillissement volgde. X stelde dat haar schuldsanering tussentijds moest worden beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 aanhef Pro en onder a van de Faillissementswet (Fw).
Het hof oordeelde dat de Rabobank afstand had gedaan van haar rechtsvorderingen op X, waardoor deze als voldaan konden worden beschouwd. Daarnaast was voldaan aan de vordering van Trans Ned. door het te gelde maken van zekerheden, en had Trans Ned. geen vorderingen ter verificatie ingediend. Schulden die voortkwamen uit de bedrijfsuitoefening van Y vielen onder het faillissement van Y en konden niet leiden tot regres op X.
De bewindvoerder stelde dat X aansprakelijk was voor schulden ten behoeve van de huishouding, maar het hof achtte aannemelijk dat deze schulden eveneens tot het faillissement van Y behoorden of reeds voldaan waren. Gezien deze omstandigheden werd de schuldsaneringsregeling ten aanzien van X beëindigd. Het verzoek van de bewindvoerder tot beëindiging op andere gronden behoefde geen bespreking.
Uitkomst: De wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van X wordt beëindigd op grond van art. 350 lid 3 aanhef en onder a Fw.