ECLI:NL:GHARN:2001:AF0564
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Van Wijland-Kalkman
- Smeeïng-Van Hees
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden
X. en Y., gehuwd buiten gemeenschap van goederen, hebben in ruim een jaar hun gezamenlijke schuldenlast laten oplopen tot ongeveer 100.000 gulden. Deze schulden omvatten onder meer een hypothecaire lening en diverse schulden bij banken en kredietverstrekkers.
Zij voerden aan dat de hoge schuldenlast mede veroorzaakt werd door persoonlijke omstandigheden, zoals een moeilijke bevalling van X. en werkloosheid van Y. Het hof oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende rechtvaardigen dat de schuldenlast zo hoog opliep zonder tijdig hulp te zoeken.
Het hof concludeerde dat X. en Y. niet te goeder trouw hebben gehandeld bij het ontstaan van de schulden, zoals bedoeld in artikel 288 lid 2 sub b Faillissementswet Pro. De korte periode waarin de schulden zijn ontstaan en de omvang ervan vormen een afwijzingsgrond.
Hoewel X. en Y. sinds december 2000 meewerken aan een budgetbeheerregeling en hun financiële situatie willen verbeteren, is dit onvoldoende om toepassing van de schuldsaneringsregeling toe te staan.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank Almelo dat het verzoek tot schuldsanering afwees.
Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van het verzoek tot schuldsanering wegens niet te goeder trouw ontstaan van de schulden.