ECLI:NL:GHARN:2002:1296
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Heisterkamp
- Tjittes
- Hillen
- Jansens van Gellicum
- Hamelink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van pachtovereenkomst en ontbinding bij geschil over gebruik en betaling
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de pachtovereenkomst tussen appellant en geïntimeerden rechtsgeldig is beëindigd en of de pachtpenningen tot de overeengekomen datum betaald dienen te worden.
Het hof stelt vast dat de pachtovereenkomst mede geldt voor geïntimeerde sub 2, ondanks dat deze niet in de oorspronkelijke overeenkomst stond, omdat partijen later een ontbindingsovereenkomst hebben gesloten waarin beiden als pachters worden genoemd. Het hof laat de mogelijkheid tot tegenbewijs toe.
Vervolgens oordeelt het hof dat de aanvullende overeenkomst die een ontbinding van de pachtovereenkomst beoogt niet rechtsgeldig is omdat deze niet door de grondkamer is goedgekeurd en er geen feitelijke uitvoering van de ontbinding heeft plaatsgevonden. Het eenzijdig staken van gebruik door de pachters is onvoldoende.
Ten slotte wijst het hof de vordering tot ontbinding en schadevergoeding af, maar veroordeelt geïntimeerde sub 1 tot betaling van pachtpenningen tot 1 januari 2002, tenzij opschortingsrecht kan worden aangetoond. Het beroep op opschorting wegens niet nagekomen verplichtingen van de verpachter wordt verworpen omdat de bedrijfsvoering niet werd gehinderd.
De zaak wordt aangehouden voor nader bewijs over de betrokkenheid van geïntimeerde sub 2.
Uitkomst: De pachtovereenkomst is niet rechtsgeldig ontbonden; geïntimeerde sub 1 wordt veroordeeld tot betaling van pachtpenningen tot 1 januari 2002; de zaak wordt aangehouden voor nader bewijs over geïntimeerde sub 2.