ECLI:NL:GHARN:2002:AD8541
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vermindering zuiveringslasten bij wijziging alleenbewoning na peildatum
Belanghebbende verzocht vermindering van de aanslag zuiveringslasten 1999 omdat hij vanaf 4 mei 1999 als enige de woonruimte gebruikte. Het zuiveringschap weigerde dit verzoek omdat de aanslag was berekend op basis van de situatie bij het begin van het heffingsjaar. Na bezwaar handhaafde het zuiveringschap de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het gerechtshof Arnhem.
Het hof oordeelde dat artikel 7 van Pro de Verordening verontreinigingsheffing 1999, die de vervuilingswaarde vaststelt op basis van de situatie bij het begin van het heffingsjaar, bindend is en verenigbaar met artikel 18 van Pro de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. De wetsgeschiedenis toont dat het waterschap de vrijheid had om een peildatum te hanteren en dat dit niet in strijd is met de wet.
Belanghebbendes bezwaar over ongelijke behandeling en verwijzing naar andere artikelen van de verordening werd verworpen. Omdat de alleenbewoning pas na 1 januari 1999 intreedde, was de aanslag terecht niet verminderd. Het beroep werd ongegrond verklaard. Wel werd het waterschap veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende wegens het niet ingaan op bepaalde grieven in het verweerschrift.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering tot vermindering van de aanslag zuiveringslasten 1999 wordt ongegrond verklaard.