ECLI:NL:GHARN:2002:AD8547
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring bezwaar tegen aanmaningskosten waterschapsomslag 1998
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten van ƒ 10,- omdat hij het aanslagbiljet niet had ontvangen. De verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond op grond van artikel 7, tweede lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, toepasselijk via artikel 123, tweede lid, van de Waterschapswet, dat stelt dat het bezwaar niet gegrond kan zijn op het niet ontvangen van het aanslagbiljet.
Het hof bevestigde deze uitspraak en benadrukte dat het buiten de invloed van de bestuursrechter ligt om te zorgen dat aanslagen op het juiste adres worden bezorgd. Tijdens de zitting bleek dat het aanslagbiljet inmiddels wel was ontvangen.
Omdat de verweerder geen duplicaat van het aanslagbiljet had overgelegd, kon belanghebbende zijn grieven niet goed onderbouwen en moest hij ter zitting verschijnen. Het hof veroordeelde daarom de verweerder in de proceskosten van belanghebbende, bestaande uit reiskosten en verblijfkosten, ter hoogte van EUR 13,61.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het hof wees erop dat tegen deze mondelinge uitspraak geen cassatie mogelijk is, tenzij een schriftelijke uitspraak wordt gevraagd binnen vier weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen aanmaningskosten en veroordeelt het waterschap tot vergoeding van proceskosten van belanghebbende.