ECLI:NL:GHARN:2002:AD8567
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing bijzondere leges voor bouwvergunning na planologische procedure
Belanghebbende diende een melding in voor het plaatsen van een berging, die door bouw- en woningtoezicht werd aangemerkt als een bouwwerk waarvoor een bouwvergunning vereist is. Na een aangepaste melding werd deze beschouwd als een aanvraag bouwvergunning, waarbij een bijzondere planologische procedure gevolgd moest worden, met een extra legesheffing van ƒ 350,-- voor publicatie en terinzagelegging.
Belanghebbende betwistte de hoogte van deze leges en vorderde vermindering tot ƒ 33,20. Het hof oordeelde dat de legesverordening van Deventer 1993 de heffing van deze bijzondere leges rechtvaardigt, aangezien de publicatie en terinzagelegging hebben plaatsgevonden.
Het hof verwierp het verweer dat bij tijdige vaststelling van een bestemmingsplan de extra heffing niet nodig zou zijn geweest, omdat het niet aan de belastingrechter is om gemeentelijk beleid te toetsen. Het beroep werd verworpen en de bestreden uitspraak bevestigd.
Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak is gedaan door het gerechtshof Arnhem op 3 januari 2002, met griffier mw mr Van Hoorn en raadsheer mr Lamens.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de heffing van ƒ 350,-- bijzondere leges voor de bouwvergunning.