ECLI:NL:GHARN:2002:AD9238
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Van Wijland-Kalkman
- Quint
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke beoordeling kennelijk onredelijk ontslag en schadevergoeding directeur
In deze civiele procedure stond het hoger beroep centraal tegen een vonnis van de rechtbank Zwolle inzake het ontslag van [appellant] als directeur van een vennootschap. [Appellant] stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en vorderde onder meer een schadevergoeding.
Het hof stelde vast dat er een fundamenteel verschil van inzicht bestond tussen [appellant] en het managementteam, wat leidde tot het verlies van vertrouwen en het besluit tot schorsing en ontslag door de raad van commissarissen. Hoewel het ontslag op zichzelf gerechtvaardigd was, oordeelde het hof dat de wijze van besluitvorming onzorgvuldig was, met name doordat [appellant] niet tijdig en adequaat in de gelegenheid was gesteld zijn zienswijze te geven, wat het beginsel van hoor en wederhoor schond.
Het hof verwierp het standpunt van de vennootschap dat [appellant] had ingestemd met een financiële regeling tijdens de schorsingsvergadering, en oordeelde dat artikel 17 lid 3 van Pro de arbeidsovereenkomst niet van toepassing was bij een kennelijk onredelijke opzegging. Het hof kende daarom een schadevergoeding toe van €365.000 bruto, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 24 juli 2000, onder aftrek van reeds betaalde bedragen.
De vordering tot vergoeding van immateriële schade en kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vennootschap werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Het arrest werd uitgesproken op 5 februari 2002 door het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en veroordeelt de vennootschap tot betaling van een schadevergoeding van €365.000 bruto plus wettelijke rente wegens kennelijk onredelijk ontslag.