ECLI:NL:GHARN:2002:AE0500
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- M.C.M. de Kroon
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag baatbelasting riolering wegens onjuiste splitsing woonboerderij
Belanghebbende is eigenaar van een woonboerderij die deels wordt bewoond en deels wordt verhuurd als kamerbewoning. De gemeente legde twee aanslagen baatbelasting riolering 1995 op, waarbij het verhuurde gedeelte als een afzonderlijke onroerende zaak werd beschouwd. Belanghebbende betwistte deze aanslag en stelde dat de woonboerderij één onroerende zaak vormt, mede omdat de gemeente een splitsingsverzoek had afgewezen en de gedeelten technisch niet eenvoudig te splitsen zijn.
Het Hof oordeelde dat de baatbelasting als een objectieve belasting alleen kan worden geheven per afzonderlijke onroerende zaak zoals die in het kadaster is ingeschreven. Niet-zelfstandige bestanddelen kunnen niet als aparte onroerende zaken worden aangemerkt. Aangezien de woonboerderij slechts één kadastraal geregistreerde eigendom betreft en splitsing niet mogelijk is, moet de woonboerderij als één onroerende zaak worden beschouwd.
De aanslag voor het verhuurde gedeelte is daarom ten onrechte opgelegd. Het Hof vernietigde de uitspraak op het bezwaarschrift en de aanslag en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan op 7 februari 2002 door het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: De aanslag baatbelasting voor het verhuurde gedeelte van de woonboerderij is vernietigd omdat het pand als één onroerende zaak moet worden beschouwd.