ECLI:NL:GHARN:2002:AE1551
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Houtman
- Steeg
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontruiming asielzoekers na vervallen recht op opvang volgens Rva 1997
In deze zaak gingen appellanten in hoger beroep tegen een vonnis dat hen verplichtte een ruimte in een asielzoekerscentrum te ontruimen. Zij voerden aan dat de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997 (Rva 1997) en de besluiten van de Staatssecretaris van Justitie niet verbindend zijn, omdat artikel 44 van Pro de Grondwet geen basis biedt voor het overdragen van bevoegdheden van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) aan de Staatssecretaris van Justitie. Tevens stelden zij dat hun recht op opvang niet rechtsgeldig was beëindigd en dat hun individuele omstandigheden een ontruiming belemmerden.
Het hof oordeelde dat de bevoegdheidsoverdracht bij koninklijk besluit van 5 september 1994 rechtsgeldig is en dat de Wet COA niet beoogt deze wijzigingen te doorkruisen. De Staatssecretaris van Justitie heeft de Rva 1997 vastgesteld op grond van artikel 13 Wet Pro COA, en de regeling bepaalt de gronden voor beëindiging van opvang, waaronder het onherroepelijk afwijzen van de asielaanvraag. De opvang eindigt van rechtswege na het verstrijken van de vertrektermijn van 28 dagen. Het hof stelde vast dat appellanten hierover adequaat waren geïnformeerd en dat het COA geen zelfstandige beoordelingsbevoegdheid heeft om het recht op opvang te verlengen.
Uitzonderlijke omstandigheden die voortzetting van opvang rechtvaardigen, waren niet gesteld of gebleken. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep. Daarmee werd het hoger beroep afgewezen en de ontruiming bevestigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de ontruiming van appellanten uit het asielzoekerscentrum.