ECLI:NL:GHARN:2002:AE2852
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- mw mr De Kroon
- mr Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over schadevergoeding wegens arbeidsongeschiktheid en vervangingskosten in onderneming
Belanghebbende, een ondernemer in de ambulante vleeshandel, raakte in 1994 ernstig gewond bij een verkeersongeval en was lange tijd arbeidsongeschikt. Om zijn onderneming draaiende te houden, werden vervangers ingezet, waarvan de kosten ten laste van de winst werden gebracht. De verzekeringsmaatschappij keerde voorschotten uit ter vergoeding van de schade, waaronder een bedrag van ƒ 28.250 dat deels betrekking had op kosten van vervangers.
De Inspecteur rekende een deel van deze vergoeding als belastbare winst toe, terwijl belanghebbende betoogde dat het gehele bedrag onbelast was omdat het een vergoeding voor verlies van arbeidscapaciteit betrof. Het Hof stelde vast dat het bedrag van ƒ 3.025 onbelast kon blijven als vergoeding van privé-vervangingskosten, maar dat het resterende bedrag van ƒ 25.225 toerekenbaar was aan de onderneming en dus belastbaar was als winst.
Het Hof motiveerde dat de vergoeding betrekking had op extra kosten die de onderneming maakte vanwege het ongeval en dat het causale verband tussen de vergoeding en de onderneming duidelijk was. Het feit dat de vergoeding deels op netto-basis was berekend, deed hieraan niet af. De uitspraak vernietigde de eerdere beslissing van de Inspecteur en stelde het belastbare inkomen vast op ƒ 90.805. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat een deel van de schadevergoeding belastbaar is als winst uit onderneming en een deel onbelast blijft.