ECLI:NL:GHARN:2002:AE2864
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Roben
- mr Van Schie
- mr Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over waardering waardeaangroei vruchtgebruik bungalow in inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende, een psycholoog en pastor, kocht in 1993 een bungalow met een tijdelijk recht van vruchtgebruik voor vijf jaar. De Inspecteur stelde de aanslag inkomstenbelasting 1996 vast op basis van de waardeaangroei van de blote eigendom naar volle eigendom, berekend volgens de samengestelde interestmethode.
Belanghebbende betwistte deze berekening en voerde aan dat de waardeaangroei lineair moest worden berekend, dat rekening moest worden gehouden met waardevermindering door achterstallig onderhoud en dat een aftrek van 25% kosten op de waardeaangroei toegepast moest worden. Tevens stelde hij dat de Inspecteur het vertrouwensbeginsel had geschonden door af te wijken van eerdere communicatie.
Het Hof oordeelde dat de wet (artikel 25b Wet inkomstenbelasting 1964) duidelijk voorschrijft dat de waardeaangroei volgens de samengestelde interestmethode moet worden berekend en dat latere waardeverminderingen geen rol spelen. De brief van de Inspecteur was slechts een weergave van een ambtelijke opvatting zonder toezeggingen, zodat geen sprake was van geschonden vertrouwen. Verder kon belanghebbende geen kosten aantonen die in mindering konden worden gebracht.
Het beroep van belanghebbende werd verworpen en de aanslag zoals vastgesteld bij beschikking van 20 juli 1999 werd gehandhaafd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1996 wordt gehandhaafd.